Van blikopener

Nou nou… Dankjewel…

Gisteren werden de jaarlijkse sportprijzen uitgedeeld op het NOC*NSF Sportgala.
En stuk voor stuk kregen de winnaars te horen dat het ze gegund was.

Ja, natuurlijk! Sommige sporters zijn al jàren bezig om de prestaties te halen die ze
in het afgelopen jaar bereikt hebben. Maar al die andere sporters dan, die niet winnen?
Is het hen niét gegund dan?

Vast wel, maar blijkbaar weten we niet wat we anders moeten zeggen. Dus dan maar weer
die dooddoener. Niet alleen bij prijsuitreikingen, ook bij andere vormen van succes, geluk
en goed nieuws, klinkt maar al te vaak dit kant-en-klaar-cliché.

Het is je gegund. Brrrr… Ik krijg er altijd een beetje jeuk van.
Alsof de Gefeliciteerde de goedkeuring krijgt om van het succes te genieten.

Wie bepaalt dat? Zit er ergens hoog op een berg een Commissie van Vergunningen die, net als
elk nootje bij Duyvis, nauwkeurig onderzoekt op welke successen een oké-stempel komt?
En geldt die puntentelling dan ook bij ‘Je hebt het verdiend?’

Of wil de Feliciteerder benadrukken dat hij z’n eigen Autoriteit is op het gebied van Felicitaties?
Lekker belangrijk.

Het ergste van alles is dat het waarschijnlijk ook nog gewoon goed is bedoeld…

Waarom zijn goed-bedoeld-jes toch zo vaak geen goed-gevoel-tjes?

Buiten de BOX denken

Als kind vond ik het heel vervelend dat ik vrijwel niks zelf mocht bepalen.
Alles werd voor mij bedacht. Voor mijn eigen bestwil, maar uiteindelijk
weet ik zelf toch het beste wat ik wil. En niet wil.

Wat ik niet meer wil, is dat iemand anders voor mij bepaalt wat ik eet.
Omdat er op mijn voorhoofd heel groot >DOELGROEP< staat geschreven,
moet ik dat steeds weer uitleggen als er een vlotte knul van Hello Fresh
op me afkomt op straat.

De Maaltijdbox. Nee dankje, ik heb er geen trek in.

Pilates Pas

Ik ben allergisch voor sport. Dan krijg ik het heel warm, ga ik zweten, word ik duizelig en alles doet pijn. Kortom, ik ben er niet voor gebouwd. Een vriendin van mij ook niet, maar ze heeft drie kleine kinderen en dat is nog slechter voor haar rug dan sporten. Dus ze vroeg me mee naar een proefles pilates.

Een beetje onhandig staan we te wachten op wat gaat komen. De juf vraagt aan mijn vriendin waar precies de klachten zitten. Vervolgens kijkt ze naar mij en vraagt: ‘En jij? Heb jij nog ergens last van?’ Ik twijfel een seconde en zeg dan: ‘Uuh…ja, van onsportiviteit.’ Uit het instemmend gegrinnik van het groepje kan ik opmaken dat ik me hier in goed gezelschap bevind. We beginnen op onze rug, wat mij direct heel erg aanspreekt.

Na een half uur rustig aan met ontspannings- en aanspanningsoefeningen, wordt het toch echt iets serieuzer. Het achterstallig onderhoud piept en kraakt terwijl ik mijn ledematen strek en buig, maar ik wil me niet laten kennen. Terwijl we ons richten op billen, buik en benen, zijn het vooral de spieren van mijn – van pijn vertrokken – gezicht die het hardst werken. Mijn trainingsbroek, gewend om op de bank te hangen, weet zich geen raad met al deze poses en trekt zich steeds verder terug in mijn bilnaad.

Toch kan ik niet ontkennen dat mijn lijf zich achteraf best lekker voelt. Binnen mijn referentiekader het best te vergelijken met het uitrekken na een dutje. Ik zweer dat ik een pietsje leniger ben geworden! Maar sportiever…nee, dat niet. Al zit ik er stiekem over te denken om volgende week weer te gaan.